Ondernemerschap in de sociaal-juridische dienstverlening: een ondergeschoven kindje

Ondernemerschap in de sociaal – juridische dienstverlening: een ondergeschoven kindje.
Stanley ter Haar & Desirée van Deurse
Straatadvocaat Nederland

23-09-2025 Heerlen

Inleiding

De afgelopen vijf jaar is in een complexe stalkingzaak duidelijk geworden hoezeer ondernemerschap binnen de sociaal-juridische dienstverlening onder druk staat. Ondanks intensieve inzet, bestaande uit het verzamelen van omvangrijk bewijsmateriaal (waaronder meer dan 600 bankafschriften), het ondersteunen bij het doen van aangifte. En het direct schakelen met de politie bij acute dreigingen, bleef een effectieve rechtsgang lang uit. Pas na jaren van meldingen en aangiftes kwam er beweging richting het strafrechtelijk traject. Op 30 september vindt de zitting plaats, vijf jaar na de eerste signalen.

Deze casus toont pijnlijk aan hoe de bestaande infrastructuur van door de overheid gesubsidieerde juridische hulpverlening tekortschiet. En hoe ondernemende sociaal-juridische dienstverleners  die buiten de traditionele kaders opereren vaak worden gemarginaliseerd.


Een tweede klap: het schrijnende gebrek aan steun voor slachtoffers van stalking

Wanneer iemand slachtoffer wordt van stalking, is dat op zichzelf al een diep ingrijpende ervaring. Het constante gevoel van onveiligheid, de angst om gevolgd, benaderd of bedreigd te worden, tast niet alleen het dagelijks leven aan, maar ook het fundament van iemands mentale welzijn. Maar wat gebeurt er als de instanties die geacht worden te beschermen, falen in hun ondersteuning? Dan krijgt het slachtoffer niet één, maar twee klappen te verduren.

De eerste klap: de stalker

Stalking is geen incident. Het is een patroon van controle, intimidatie en psychologische terreur. Slachtoffers worden vaak jarenlang achtervolgd, fysiek of digitaal, door iemand die hun grenzen systematisch overschrijdt. De impact is verwoestend: slapeloosheid, sociale isolatie, angststoornissen, en in sommige gevallen zelfs posttraumatische stress. Het vertrouwen in de wereld wordt aangetast, en het gevoel van veiligheid verdwijnt.

De tweede klap: gebrek aan ondersteuning

Wat het trauma verdiept, is wanneer slachtoffers zich in de steek gelaten voelen door de instanties die hen zouden moeten beschermen. Volgens recente rapporten van de Inspectie Justitie en Veiligheid blijkt dat slachtoffers van stalking vaak geen vast aanspreekpunt hebben bij de politie of het Openbaar Ministerie. Ze moeten hun verhaal telkens opnieuw doen, krijgen weinig informatie over hun zaak, en ervaren een gebrek aan regie en coördinatie tussen betrokken instanties.

Dit gebrek aan continuïteit en empathie is niet slechts een bureaucratisch probleem. Het is een emotionele klap. Het gevoel dat je niet serieus genomen wordt, dat je moet vechten om gehoord te worden, terwijl je al vecht om te overleven. Het is een vorm van secundaire victimisatie. Het versterkt het isolement, vergroot de wanhoop, en ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat.

De spanning tussen gesubsidieerde en ondernemende dienstverlening

De sociaal-juridische sector kent een sterke institutionele inbedding. Slachtofferhulp Nederland, de Raad voor Rechtsbijstand en de sociale advocatuur hebben een quasi-monopolypositie in het verlenen van juridische ondersteuning aan burgers. Deze partijen zijn grotendeels afhankelijk van subsidies en vergoedingsstructuren die door de overheid zijn vastgesteld. Het draait natuurlijk allemaal om controle. Het controleren van mensen en het controleren van de systemen waar mensen mee te maken hebben.  

Het gevolg is dat de nadruk vaak ligt op protocollen, afrekenbare uren en formele productfinanciering, terwijl maatwerk en mensgerichte benaderingen naar de achtergrond verdwijnen. Het ondernemerschap binnen de sociaal-juridische dienstverlening, de zelfstandige dienstverleners die vanuit eigen expertise en maatschappelijke betrokkenheid opereren worden daardoor structureel ondergewaardeerd.

De juridische en maatschappelijke lacune

Ondernemende sociaal-juridische dienstverleners worden in de praktijk geconfronteerd met een dubbele lacune:

  1. Juridische lacune: De huidige wet en regelgeving voorziet onvoldoende in een effectief juridisch mandaat om daadkrachtig op te treden tegen fenomenen zoals ernstige stalking, identiteitsfraude en structurele bedreigingen. Slachtoffers blijven jarenlang in een juridisch vacuüm gevangen. Schandalig wanneer je er over nadenkt.
  2. Institutionele lacune: Samenwerking met reguliere instanties verloopt stroef. Advocaten en gesubsidieerde rechtsbijstandverleners hanteren vaak een strikt formeel kader en tonen weinig bereidheid om buiten protocollen te bewegen. Ondernemende dienstverleners, die juist wél snel en adaptief handelen, worden daardoor regelmatig opzij gezet. Deze handelswijze laat zien dat deze hogere opgeleide doelgroep er vaak niet alleen niks van snapt ondanks hun studie maar ook nog vergeet dat hierdoor mensen de dupe worden. 

Wat slachtoffers nodig hebben

Slachtoffers hebben meer nodig dan een aangifteformulier. Ze hebben behoefte aan:

  • Een vast aanspreekpunt dat hun zaak kent en opvolgt
  • Transparante communicatie over de voortgang van hun dossier
  • Specialistische kennis van stalking bij hulpverleners
  • Bescherming die verder gaat dan papieren gebiedsverboden

Zoals Irma Cleven treffend zei: “Je hoeft iemand niet neer te schieten om iemand kapot te maken.

Dreigen met bijvoorbeeld de ondersteuning vanuit slachtofferhulp stopte te zetten wanneer het slachtoffer de factuur van de ondernemer wilt indienen als schade. Een ondernemer die met raad & daad al jaren in de kwestie onafgebroken bijstaat, raakt zo’n slachtoffer ook keihard. De hulp was hard nodig, en wordt ervaren als steun. Vervolgens wordt dat door zo’n grote organisatie afgedaan alsof het niets is. Tevens ook een grove belediging naar de dienstverlener die zich steeds is blijven inzetten, daar waar de gesubsidieerde organisatie regelmatig een wisseling van wacht had. En zo wordt je als slachtoffer via slachtofferhulp óók nog eens slachtoffer van het systeem.

Door voor een slachtoffer te bepalen wat wel of niet als schade beschouwd mag worden trek je jezelf ook nog eens de schoenen van rechter aan. Om als kers op de taart zo’n slachtoffer hulp te ontzeggen wanneer degene waar deze voor zichzelf opkomt ten aanzien van een vordering. Het slachtoffer heeft gewoon recht op deze hulp. Ook als jij het niet helemaal eens bent met de inhoud van de vordering. Hiermee ondermijn je de rechtstaat die je zegt hoog in het vaandel te hebben staan. Voor ons is dit volstrekt onacceptabel en zal dan ook passend op gereageerd worden middels een beklag.

Kritiek op de gevestigde orde

Binnen de gesubsidieerde structuur lijkt de kern van de juridische beroepsethiek te zijn vervaagd. De eed van advocaten  het behartigen van belangen naar eer en geweten  wordt in de praktijk ondergeschikt gemaakt aan declarabele uren en institutionele loyaliteit.

Cliënten ervaren neerbuigende bejegening, gebrek aan continuïteit en een verschraling van de dienstverlening. Dit geldt niet alleen binnen de advocatuur, maar ook bij organisaties zoals Slachtofferhulp, waar personele wisselingen en protocolmatige benaderingen leiden tot fragmentatie en verlies van vertrouwen.

De waarde van ondernemerschap

Ondernemende sociaal-juridische dienstverleners onderscheiden zich door:

  • Directe beschikbaarheid: acute inzet bij bedreigingen en escalaties;
  • Maatschappelijke betrokkenheid: handelen vanuit sociale verantwoordelijkheid in plaats van louter financiële prikkels;
  • Integraal maatwerk: combineren van juridische, sociale en emotionele ondersteuning;
  • Onafhankelijkheid: werken los van subsidieafspraken, waardoor de cliënt centraal blijft staan.

Projecten zoals Straatadvocaat Nederland en zelfstandige kantoren binnen dit domein bieden slachtoffers perspectief waar de gesubsidieerde structuren falen.

Conclusie

De casus laat zien dat ondernemerschap binnen de sociaal-juridische dienstverlening essentieel is om recht te doen aan slachtoffers die klem komen te zitten tussen formele instituties en tekortschietende wetgeving. Toch blijft dit ondernemerschap een ondergeschoven kindje: het krijgt nauwelijks erkenning, geen structurele financiering en wordt vaak zelfs genegeerd door de gevestigde orde.

Zolang het sociaal-juridische ondernemerschap niet wordt geïntegreerd in het bredere stelsel van rechtsbijstand, zullen slachtoffers afhankelijk blijven van stroperige protocollen en gebrekkige samenwerking. Het is tijd dat de wetgever en beleidsmakers erkennen dat juist dit ondernemerschap het sluitstuk vormt van een robuuste en menswaardige rechtsstaat.

Alle rechten voorbehouden© 2025 Stanley ter Haar Desireé van Deurse

Plaats een reactie