Straatroof met een wapen

Straatroof met een wapen
Stanley ter Haar
Een gewone avond die allesbehalve gewoon werd

5 augustus 2020 – Den Haag, Leyweg
Soms zijn het niet de grootste momenten in je leven die je het meest bijblijven, maar die paar minuten waarin alles op scherp komt te staan. Minuten waarin je lichaam iets doet wat je hoofd nauwelijks bij kan houden. Zo’n moment beleefde ik op een warme zaterdagavond in Den Haag. Een avond waarop ik het slachtoffer werd van een poging tot straatroof met geweld, met een mes en waarop ik ineens moest besluiten: ga ik vluchten, of ga ik staan?

“Geef me je tas!” de confrontatie

Rond een uur of tien liep ik ter hoogte van de tramhalte Leyweg, toen een man mijn pad kruiste. Een vreemde man, onder het bloed, duidelijk opgefokt. Agressie droop van hem af. “Wat heb je bij je?” vroeg hij. “Geef me je tas.” En het was niet zo’n vraag die je ontwijkt met een glimlach of een snelle pas. Het was serieus. Zijn blik, zijn houding… dit was echt.

Geen angst tonen en de rollen omdraaien

Ik stond stil. Adrenaline begon direct door mijn lijf te gieren. Ik keek hem recht aan. “Laat me met rust,” zei ik, vastberaden maar kalm. Hij greep naar mijn tas, en ik reageerde instinctief. Ik begon te schreeuwen, liep juist op hém af. En tot mijn verbazing werkte het. Hij deinsde terug, verloor de controle en draaide zich om. Richting de Kentucky. Maar voor mij was het nog niet klaar. Dit voelde niet af. Niet alleen vanwege wat hij bij míj probeerde, maar ook vanwege wat hij bij iemand anders had kunnen doen.

De achtervolging met gevaar voor eigen leven

Ik belde het alarmnummer terwijl ik hem achterna ging. Geen heldendom, geen stoerdoenerij — maar een gevoel van rechtvaardigheid. De man vluchtte het donkere Melis Stokepark in. Ik volgde hem, met de meldkamer aan de lijn. In de verte zag ik een schim. Hij had nu een mes.

Toen wist ik: dit kan verkeerd aflopen. Maar ik bleef. Ik riep, waarschuwde, hield afstand. De politie was onderweg. En terwijl ik het gebied scherp in de gaten hield, voelde ik hoe de rollen definitief waren omgedraaid. De jager werd de prooi.

Binnen tien minuten stond het park vol blauwe zwaailichten. Agenten vonden mij snel. “Ik ben Stanley,” zei ik. En ik wees ze de plek aan waar de man zich had verstopt. Achter de glijbaan, tussen de bosjes. Deze man moest gestopt worden. Niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen die na mij misschien zijn pad had gekruist.

Hulde aan de politie deze keer waren ze er

De volgende ochtend belde de politie. De man zat voorlopig vast. En ik voelde, naast de spanning, ook dankbaarheid. De politie was er snel, professioneel, en de meldkamer bleef kalm en scherp. Zelfs een helikopter werd overwogen. Dat mag ook gezegd worden.

Straatroof Moed is niet de afwezigheid van angst

Ik deel dit verhaal niet om een lintje te verdienen. Maar om te laten zien dat moed iets anders is dan geen angst voelen. Moed is handelen, juist ondanks die angst. En soms, heel soms, is het goed om te blijven staan. Omdat je weet dat het niet alleen om jou gaat.

Alle rechten voorbehouden
© 2019 Stanley ter Haar

Plaats een reactie